Spelregels pool

De eerste regel in poolbiljart is dat overal andere regels gelden. Op deze pagina vind je een beknopte, eenvoudige uitleg van de regels, zoals deze op dit moment op officiële (Nederlandse) tournooien en competities worden gebruikt. Voor bijzondere situaties, alle detaills en alle verschillende spelregels kun je kijken op de Poolcirkel of op de World Pool Billiard Association site. Echter, de onderstaande regels zijn ruim voldoende voor beginende en gevorderde poolbiljarters.

Basisregels 8-ball

Fouls (=fout)

* De witte speelbal of een objectbal uit de tafel stoten;
* De speelbal met iets anders dan de pomerans raken;
* De speelbal twee keer raken;
* De speelbal ‘duwen’ i.p.v. stoten;
* Geen band raken, nadat een objectbal geraakt is (zonder dat een bal in een pocket verdwijnt).
* Een foul wordt altijd bestraft met een ball-in-hand, de speelbal mag op elke plaats op de tafel worden neergelegd. Een speler mag nooit twee keer.
* Ballen die van tafel zijn verdwenen, danwel gepot met een foul of uit de tafel gesprongen, komen niet terug.
* Alle ballen moeten vooraf worden ‘gecalled’, d.w.z. dat een speler tevoren moet aangeven welke bal hij in welke pocket gaat spelen. Hij hoeft niet uit te leggen hoe, dus via welke banden of andere ballen. Als hij mist mag hij dezelfde bal in de volgende beurt in een ander gat callen. Valt de bal in een verkeerde pocket blijft deze weg, maar gaat de beurt wel over. Dit is geen foul.
* De beurt eindigt als een speler een bal mist of een foul maakt.

Het spel

Doel van het spel is dan wel bal 1 t/m 7 (‘hele’) of bal 9 t/m 15 (‘strepen’) en vervolgens de zwart 8-ball in de gaten te spelen. Alle ballen moeten tevoren worden gecalled.

De ballen worden opgelegd met de voorste bal op de footspot, de 8-ball in het midden en op de hoeken links en rechts een ‘hele’ en een ‘streep’. De rest maakt niet uit.

De speler die de toss gewonnen heeft mag opstoten, waarbij hij de witte bal van achter de ‘headstring’ op het pack dient te spelen. Hierbij dient een bal gepot te worden of tenminste 4 ballen richting de kopband worden gespeeld.

Worden er bij de break 1 of meerdere ballen worden gepot mag de speler doorgaan, zoniet is zijn tegenspeler. Bij de break hoeft niet gecalled te worden.

Bij het eerste schot ná de break is het altijd ‘open table’, d.w.z. dat nog niet bepaald is wie de hele of strepen gaat spelen. Dit is ook zo als een speler één of meer ballen heeft gepot in de break. De keuze (‘hele’ of ‘gestreepte’ ballen) wordt pas bevestigd waneer een speler ná de break een bal correct heef gepot. Zolang het ‘open table’ is hoeft een speler niet eerst een hele of streep te raken en mag hij zelfs via de 8-ball een andere ball callen.

Wordt in de break de 8-ball gepot, dan mag de speler die gestoten heeft bepalen of hij opnieuw wil breaken of dat de 8-ball terug komt op de spot. Hij blijft dus aan de beurt.

Verdwijnt de witte bal bij de break van tafel, dan krijgt zijn tegenstander een ball-in-hand achter de headstring. Dit is alleen zo direct na de break.

Een speler verliest het frame:

* Als hij een foul maakt terwijl hij de 8-ball pot;
* Als hij de 8-ball in de zelfde stoot als waarin hij de laatste objectbal van zijn groep pot;
* Als de 8-ball van de tafel springt;
* Als de 8-ball in een andere pocket als aangeduid valt;
* Als de 8-ball wordt gepot terwijl dit niet de gecallde bal was.

Wanneer er een foul wordt gemaakt waarbij de 8-ball niet van het speelveld verdwijnt is dit géén verlies van het frame.

Mocht je nog opmerkingen of nuttige aanvullingen hebben over deze regels, laat het ons weten!

Basisregels 9-ball

Fouls (fout)

* De witte speelbal of een objectbal uit de tafel stoten;
* De speelbal met iets anders dan de pomerance raken;
* De speelbal twee keer raken;
* De speelbal ‘duwen’ i.p.v. stoten;
* Geen band raken, nadat de objectbal geraakt is (zonder dat een bal in een pocket verdwijnt)
* Een foul wordt altijd bestraft met een ball-in-hand, de speelbal mag op elke plaats op de tafel worden neergelegd. Een speler mag nooit twee keer.
* Ballen die van tafel zijn verdwenen, danwel gepot met een foul of uit de tafel gesprongen, komen niet terug. M.u.v. de 9-ball als deze niet rechtmatig is gepot.
* De beurt eindigt als een speler een bal mist of een foul maakt.
* Doel van het spel is op een geldige manier de 9-ball te potten.
* Bij 9-ball dient altijd eerst de laagst genummerde bal op tafel te worden geraakt, gebeurt dit niet is het een foul.
* Bij 9-ball hoeft een speler ballen niet van tevoren te callen.
* Bij een ball-in-hand direct na de break hoeft in tegenstelling tot 8-ball, de speelbal niet vanuit de kitchen gespeeld te worden.

Begin van het spel:

* De ballen 1 t/m 9 worden in een ruitvorm opgelegd, met de 1-ball voor op de footspot en de 9-ball in het midden. Andere ballen willekeurig.
* De speler stoot op vanachter de headstring en moet de voorste 1-ball raken.
* Tenminste vier genummerde ballen moeten na de break een band raken.
* Heeft de speler één of meerdere ballen gepot mag hij doorspelen, zoniet is de tegenstander aan de beurt.
* Pot een speler de 9-ball bij de break, heeft hij direct gewonnen. Valt echter ook de speelbal of gaat deze van tafel dan komt de 9-ball terug op de footspot en krijg de tegenstander ball-in-hand.
* Bij de eerste stoot na de break heeft de speler die aan de beurt is de mogelijkheid om een ‘push out’ te spelen. Dit wordt gedaan als de speler geen mogelijkheid heeft om de 1-ball (of, als de 1-ball tijdens de break verdwenen is, de laagstgenummerde bal op tafel) te potten of safe te leggen. De ‘push out’ moet tevoren worden gecalled en de speler hoeft hierbij geen band te raken, mag wel alle ballen raken en zelfs potten
* Als bij een ‘push out’ of bij een foul de 9-ball van het speelveld gaat, wordt deze ‘gespot’, d.w.z. dat hij terugkomt op de spot, of zo dicht mogelijk bij de spot op de headstring als er een bal in de weg ligt.
* Wanneer een speler 3 beurten achter elkaar een foul maakt, verlies hij het frame. Als een speler op twee fouls staat, dient de tegenstander de speler erop te attenderen dat hij op twee fouls staat. Doet hij dit niet, blijf de tgenstander op twee fouls staan.

Basisregels Straight Pool

Fouls (fout)

* De witte speelbal of een objectbal uit de tafel stoten;
* De speelbal met iets anders dan de pomerans raken;
* De speelbal twee keer raken;
* De speelbal ‘duwen’ i.p.v. stoten;
* Geen band raken, nadat de objectbal geraakt is (zonder dat een bal in een pocket verdwijnt)
* Ballen die van tafel zijn verdwenen, danwel gepot met een foul of uit de tafel gesprongen, worden ‘gespot’. D.w.z. geplaatst op de footspot of zo dicht mogelijk hierbij op de longstring.
* Alle ballen moeten vooraf worden ‘gecalled’, d.w.z. dat een speler tevoren moet aangeven welke bal hij in welke pocket gaat spelen. Hij hoeft niet uit te leggen hoe, dus via welke banden of andere ballen. Als hij mist mag hij dezelfde bal in de volgende beurt in een ander gat callen. Valt de bal in een verkeerde pocket blijft deze weg, maar gaat de beurt wel over. Dit is geen foul.
* De beurt eindigt als een speler een bal mist of een foul maakt.

Straight Pool (ook wel 14.1 genoemd)

Doel van het spel is een van tevoren bepaald aantal punten halen, waarbij elke correct gepotte bal één punt oplevert. Als alle ballen op één na gepot zijn, komen alle ballen weer terug op tafel. De 15e bal blijft op zijn plaats liggen, en de overige 14 worden geracked, zonder bal voorop. De spelen die aan de beurt is probeert in een ideale situatie, de 15e bal te potten, en vervolgens met de speelbal in het pack te gaan, zodat er ballen los komen en hij in staat is een volgend call-shot te maken.

Het spel begint met 15 objectballen, willekeurig geracked met op de hoeken van het rack de 1-ball en de 5-ball. Bij de opstoot (vanuit de kitchen) moeten twee ballen en de speelbal een band raken.

* Ee foul break is twee punten aftrek (dus de speler komt totaal op -2)
* Alle ballen moeten gecalled worden
* Als een speler een foul maakt, waarbij de speelbal niet van het speelveld raakt, moet de tegenstander vanuit die positie verder spelen. Hij krijgt dus géén ball-in-hand. Degene die de foul gemaakt heeft wordt bestaft met één punt aftrek.
* Als de witte bal van tafel wordt gespeeld, krijg de tegenstander een ball-in-hand vanuit de kitchen.
* Als een speler in één shot meerdere ballen pot, krijg hij daarvoor evenveel punten het aantal ballen dat gepot is, mits de gecallde bal wordt gepot.
* Als een bal wordt gepot, zonder dat de gecallde bal wordt gepot, of als er een safe wordt gecalled, komt deze terug op de headspot of op de headstrig (als de headspot bezet is). Het is géén foul, maar ook géén punt.
* Pot een speler een bal, maar gaat de speelbal van tafel, is het een foul, en krijgt de speler géén punt, maar -1. De verdwenen bal wordt gespot.
* Wanneer een speler drie opeenvolgende fouten maakt volgt een aftrek van 15 punten.

Wat als het rack niet terug kan komen omdat er een bal in de weg ligt:

* Mocht de 15e bal in de ruimte liggen waar het rack terug komt, dan wordt deze op de footspot geplaatst.
* Ligt de speelbal in de rackruimte, dan mag de speler de speelbal vanuit de kitchen spelen
* Ligt de speelbal op de footspot en moet de 15e bal daar gespot worden, dan moet de 15e bal op de centerspot geplaats worden.
* Liggen zowel de 15e bal als de speelbal in de rackzone, dan worden alle 15 ballen geracked en mag de speler vanuit de kitchn verder spelen.

Basisregels Rotation

Fouls (fout)

* De witte speelbal of een objectbal uit de tafel stoten;
* De speelbal met iets anders dan de pomerance raken;
* De speelbal twee keer raken;
* De speelbal ‘duwen’ i.p.v. stoten;
* Geen band raken, nadat de objectbal geraakt is (zonder dat een bal in een pocket verdwijnt);
* Niet eerst de laagst genummerde bal op tafel raken (zoals bij 9-ball)
* Een foul wordt NIET bestraft met een ball-in-hand, de tegenstander moet vanaf de plek waar de speelbal eindigt verder spelen. Echter bij het spel Rotation mag de tegenstander ‘passen’ en dus diegene die de foul heeft gemaakt de bal laten spelen! Een speler mag nooit twee keer.
* De beurt eindigt als een speler een bal mist of een foul maakt.
* Doel van het spel is om meer dan 60 punten te halen, waarbij iedere bal het aantal punten oplevert dat erop staat, bv. De 3 ball is dus 3 punten waard.
* Een speler hoeft ballen niet van tevoren te callen.
* Ballen die van tafel zijn verdwenen, danwel gepot met een foul of uit de tafel gesprongen, worden ‘gespot’. D.w.z. geplaatst op de footspot of zo dicht mogelijk hierbij op de longstring.
* Bij een foul moet er vanuit de kitchen worden gespeeld, de bal dient dan vooruit te worden gespeeld. Als er niet vooruit word gespeeld is het een foul. Ook mag er in de Kitchen geen band geraakt worden
* Als er 3 fouten achter elkaar worden gemaakt is het frame verloren
* Eindigt een frame gelijk: 60 – 60, dan krijgt de speler die de laatste bal heeft gemaakt een punt extra en wint dan dus het frame

Begin van het spel:

* De ballen 1 t/m 15 worden in een driehoekvorm opgelegd, met de 1-ball voor op. Andere ballen willekeurig.
* De speler stoot op vanachter de headstring en moet de voorste 1-ball raken.
* Tenminste twee ballen en de Cueball moeten na de break een band raken.
* Heeft de speler één of meerdere ballen gepot mag hij doorspelen, zoniet is de tegenstander aan de beurt.

Mocht je nog opmerkingen of nuttige aanvullingen hebben over deze regels, laat het ons weten!

Basisregels Rotation

Fouls (fout)

* De witte speelbal of een objectbal uit de tafel stoten;
* De speelbal met iets anders dan de pomerance raken;
* De speelbal twee keer raken;
* De speelbal ‘duwen’ i.p.v. stoten;
* Geen band raken, nadat de objectbal geraakt is (zonder dat een bal in een pocket verdwijnt);
* Niet eerst de laagst genummerde bal op tafel raken (zoals bij 9-ball)
* Een foul wordt NIET bestraft met een ball-in-hand, de tegenstander moet vanaf de plek waar de speelbal eindigt verder spelen. Echter bij het spel Rotation mag de tegenstander ‘passen’ en dus diegene die de foul heeft gemaakt de bal laten spelen! Een speler mag nooit twee keer.
* De beurt eindigt als een speler een bal mist of een foul maakt.
* Doel van het spel is om meer dan 60 punten te halen, waarbij iedere bal het aantal punten oplevert dat erop staat, bv. De 3 ball is dus 3 punten waard.
* Een speler hoeft ballen niet van tevoren te callen.
* Ballen die van tafel zijn verdwenen, danwel gepot met een foul of uit de tafel gesprongen, worden ‘gespot’. D.w.z. geplaatst op de footspot of zo dicht mogelijk hierbij op de longstring.
* Bij een foul moet er vanuit de kitchen worden gespeeld, de bal dient dan vooruit te worden gespeeld. Als er niet vooruit word gespeeld is het een foul. Ook mag er in de Kitchen geen band geraakt worden
* Als er 3 fouten achter elkaar worden gemaakt is het frame verloren
* Eindigt een frame gelijk: 60 – 60, dan krijgt de speler die de laatste bal heeft gemaakt een punt extra en wint dan dus het frame

Begin van het spel:

* De ballen 1 t/m 15 worden in een driehoekvorm opgelegd, met de 1-ball voor op. Andere ballen willekeurig.
* De speler stoot op vanachter de headstring en moet de voorste 1-ball raken.
* Tenminste twee ballen en de Cueball moeten na de break een band raken.
* Heeft de speler één of meerdere ballen gepot mag hij doorspelen, zoniet is de tegenstander aan de beurt.

Mocht je nog opmerkingen of nuttige aanvullingen hebben over deze regels, laat het ons weten!